Bij ouderparticipatie denken we vaak als eerste aan het geven van inspiratiesessies. Toch start participeren met het besef dat je óók een Agora-ouder moet worden om succesvol Agora-onderwijs voor je kind mogelijk te maken. Sinds de start van het nieuwe schooljaar heb ik – digitaal – nieuwe ouders van andere Agora-scholen ontmoet. Ze stelden vragen die hun diepe bezorgdheid toonden. Gaat het wel goed met mijn kind? Is de keuze voor Agora-onderwijs wel de juiste? Gaat mijn kind wel een diploma halen en hoe blijft het gemotiveerd? Het zijn allemaal vragen die ik als Agora-ouder heel erg herken. Ik merk dat ik ondertussen zelf in hoge mate ben ontschoold. En ik zie hoe belangrijk dat is. Het is cruciaal dat we ons als Agora-ouders bewust worden dat we veel vragen stellen vanuit onze eigen conditioneringen en vanuit het onderwijssysteem dat we zelf hebben doorlopen. Pas als je dat doorbreekt, vind je als ouder een nieuwe manier om je kind te ondersteunen op een manier die echt past bij dit onderwijs.
Als kinderen bij Agora starten, gaat in het eerste jaar alle aandacht naar dat ontscholen. Kinderen mogen zich ontdoen van de patronen uit het reguliere systeem. Het is de overgang van 'doen wat je wordt gezegd’ naar ‘handelen naar wat je leuk vindt’ en zelf mogen kiezen. Het is van groot belang dat je kind deze fase ongestoord doorloopt en zo min mogelijk denkbeeldige muurtjes of voorbestemde paden tegenkomt.
Dat is even wennen, voor de kinderen én voor ons als ouders. Die oude muren en paadjes waren destijds immers niet bedoeld als belemmering, maar als een weg van zekerheid die je naar een succesvol diploma en een gevoel van ‘veiligheid’ moest leiden. Dat valt nu weg. Kinderen lopen bij Agora hun eigen pad en ontdekken zelf hun grenzen en mogelijkheden, samen met andere kinderen en de coaches. Daarbij is het belangrijk om de zekerheid die van buitenaf werd opgelegd, te vervangen door je eigen, innerlijke veiligheid.
Agora-kinderen onderscheiden zich doordat ze zich in al hun authenticiteit durven te laten zien. Wat een buitenstaander bij een bezoek aan Agora meteen opvalt, is hoe onbevangen de kinderen zijn. Ze voelen zich vrij om hun mening te laten horen en zijn niet bang om vragen te stellen. Maar ze tonen het net zo goed als ze ergens desinteresse in hebben of het met je oneens zijn. Ze worden zich steeds bewuster van wie ze zijn, wat ze willen, en waar hun successen en valkuilen liggen. Dit toont aan dat het deconditioneren is gelukt: deze kinderen zijn niet meer bezig met voldoen aan wat er van buitenaf van hen wordt verwacht. Dat is de onmisbare basis om te kunnen focussen op wat ze zélf willen, zodat ze intrinsiek gemotiveerd raken om te doen wat nodig is om daar te komen.
Het is dan ook essentieel dat je kind niet naar de conditioneringen van zijn ouders gaat leven; daarmee doe je het Agora-onderwijs direct teniet. En conditioneringen hebben we als ouders allemaal, aangezien de meesten van ons zijn opgegroeid in het reguliere onderwijssysteem. Het is de kunst om die onbewuste patronen bewust te maken. Doe je dat niet, dan zadel je je kind direct of indirect op met verwachtingen die helemaal niet van hemzelf zijn. Zelf ontscholen is daarmee het allerbelangrijkste proces dat je als participerende Agora-ouder mag doorlopen.
Wat ik in de loop der jaren heb geleerd, is om veel minder uit te gaan van ‘moeten’, resultaten en prestaties. Ik kwam erachter dat wanneer de schoen bij mijzelf ging wringen en ik onmacht ervoer, dit mij vertelde dat ik zelf de controle wilde houden. Ik had dan een eigen verwachtingspatroon over wat het beste was voor mijn kind. Of je het nu bewust of onbewust doet: je zadelt je kind daarmee op met de druk van het 'goed' of 'fout' moeten doen. Het zijn dan jóuw verwachtingen die hij gaat naleven, en dat staat zijn autonomie in de weg. Als de zorg en de wensen van jou als ouder overheersen, word je eerder een blok aan het been van je kind dan dat hij de regie over zijn eigen ontwikkeling ervaart.
Op Agora hoeft een kind niets te vertellen over school, en je vertrouwde houvast om te vragen hoe de lessen gingen is er niet meer. Je vraagt je kind niet meer wat het heeft gedaan of gepresteerd; er is immers geen vaststaand schema meer. Wat vraag je dan wel? Wat dacht je van een open, geïnteresseerd en betrokken: ‘Hoe was je dag?’ Zónder de waardeoordelen die je onbewust al klaar kunt hebben bij mogelijke antwoorden. Je observeert en luistert. Hoe opener en congruenter jouw belangstelling is, hoe meer je kind je zal meenemen in wat hij op een dag beleeft en hoe hij zich ontwikkelt. Natuurlijk is het ene kind spraakzamer dan het andere, maar pure, oordeellooze belangstelling roept bijna altijd openheid op. Er is immers niets dat je fout of goed kunt doen als er geen verwachtingen aan vastkleven.
Voor mij biedt het regelmatige overleg in de driehoek coach-leerling-ouder de nodige zekerheid en houvast. Ik overleg niet óver mijn kind, maar mét mijn kant. Ik hoor van mijn kind hoe het gaat en ik bespreek welke vragen ik als ouder aan de coach wil stellen. Als het goed is, komen de verhalen uit het driehoeksoverleg, de verhalen thuis en de observaties van de coach perfect met elkaar overeen. Daar word ik nog altijd erg blij van! Het is zo fijn om je kind op dezelfde manier te zien, en vooral dat hij dat zelf ook herkent en erkent. Verbaas je daarbij trouwens niet over hoe wijs je eigen kind is. De antwoorden komen net zo vaak van hemzelf als van de coach.
Ik bereik dan ook heel graag potentiële, nieuwe en nog 'piepjonge' Agora-ouders met deze boodschap: ontspan! Adem in en adem uit! Realiseer je dat je veel vragen stelt vanuit je eigen conditionering. Stel de vragen die je hebt over je kind eerst eens aan jezelf. Waar komt die vraag vandaan? Is het een vraag over je kind, of is het eigenlijk een zorg of angst van jezelf? Als het van jezelf is, wat is dan de onderliggende behoefte waar het antwoord aan moet voldoen? Is het antwoord onvoorwaardelijk, of is er voor jou maar één antwoord mogelijk dat jou zekerheid geeft en je angst wegneemt?
Durf vertrouwen te hebben in je kind, observeer en wees vooral nieuwsgierig, als een ‘Alice in Wonderland’. Denk terug aan de eerste jaren van je kind, toen het zelf leerde kruipen, zitten en lopen. Dat gebeurde allemaal zonder jouw directe inmenging, maar wel met jouw ondersteuning, een duwtje in de rug of een bemoedigend woord. In wezen is het nu niet anders. Neem de tijd om te reflecteren op hoe jij mee kunt bewegen met je kind. Want dat het je beïnvloedt, is een ding dat zeker is! Als je kind verandert, zul jij mee moeten veranderen in je ouderrol.
Wissel daarom eens van gedachten met andere nieuwe Agora-ouders; je zult ontdekken dat zij met exact dezelfde vragen zitten. En leg je oor vooral eens te luisteren bij de ouderejaars Agora-ouders. Zij kunnen je als geen ander geruststellen dat het 'gewoon' goed komt met jouw ouderkeuze voor het Agora-onderwijs!
Reactie plaatsen
Reacties