Agora als lichtbaken

Gepubliceerd op 12 oktober 2026 om 10:21

Zo’n zes jaar en 32 blogs, artikelen en interviews verder lijkt het me zinnig om de balans op te maken. Waar sta ik nu als het gaat om het Agora-onderwijs? Wat waren destijds mijn vragen en drijfveren? Wat was mijn focus? En is mijn visie op het Agora-onderwijs gedurende de jaren veranderd? Als Agora-ouder ben ik een stuk relaxter geworden, al heb ik nog altijd een hoge ambitie van wat ik van de school wil en verwacht. En hoewel er wat mij betreft nog genoeg te verbeteren en te ontwikkelen valt, zie ik het Agora-onderwijs inmiddels als een echt lichtbaken voor de vormgeving van onze samenleving.

Ik kan me inmiddels nog maar weinig voorstellen bij het reguliere onderwijs. De afgelopen jaren ben ik alleen maar standvastiger geworden in mijn geloof in ‘regie over eigen ontwikkeling’. In plaats van elke ouder te willen overtuigen dat hun kind naar Agora moet, laat ik tegenwoordig vaak een meewarige blik zien als ouders vertellen over de vastgelopen patronen in het reguliere systeem. Ik zwijg dan vaak in alle wijsheid. Door al die jaren als Agora-ouder heb ik ontdekt dat mijn eigen kracht in vrijheid zit. Ik ben wars geworden van dingen moeten doen omdat het nou eenmaal ooit zo door iemand is bedacht.

Mijn eigen-wijsheid over het Agora-onderwijs komt niet voort uit diepgaande kennis van didactiek of wetenschappelijke onderzoeken, maar puur uit mijn eigen ervaringen. Ik ervaar en beleef het Agora-onderwijs met en door de ontwikkeling van mijn kinderen. Voor mij is het een manier van leven geworden; ik gebruik deze aanpak zelf ook als ik nieuwsgierig ben en iets nieuws wil leren. Ik zoek naar betekenis en hoe ik die zelf kan invullen, in plaats van te lopen over vooraf vastgelegde paden van anderen.

In het begin had ik nog sterk behoefte aan houvast. Ik zocht naar diepgang in de challenges om zo te controleren of het wel goed ging met mijn kinderen. Ik wilde de absolute zekerheid dat ik de Agora-visie helemaal begreep. Hoe langer mijn kinderen nu Agoriaans zijn, hoe relaxter ik ben geworden als het gaat om mijn eigen verwachtingen en de behoefte aan controle. Ik zie nu pas echt de enorme kansen van het ontscholen, het ontbreken van hokjes en labels, en het schrappen van de traditionele onderbouw. Het creëert de broodnodige ruimte voor een kind om weer helemaal zichzelf te worden en te zijn; om betekenis te vinden in de dingen die het doet en om te leren dat zelfstandigheid ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt.

Ik heb het inmiddels niet eens meer over perspectieven, brillen of werelden, en ik zoek niet langer naar de directe koppeling met eindtermen of het voortijdig starten met vakken. Ik geloof puur in de kracht van de ruimte voor ontwikkeling, vooral in die eerste jaren op Agora. Het is eerst zaaien alvorens je kunt oogsten. En wat je uiteindelijk oogst is zelfkennis, zelfreflectie, bewustzijn en een diep besef van 'ik en de ander'.

Eerlijk is eerlijk: van een afstandje bekeken vind ik het examentraject en het diploma nog steeds ‘a pain in the ass’. Helaas ervaar je ook als Agora-ouder stress als je kind die fase ingaat, omdat je plotseling weer te maken krijgt met toetsing, cijfers, opgelegde eindtermen en harde deadlines. Maar ook daarin merk ik dat de zorgen die ik toen had, vooral voortkwamen uit de bekende krampachtigheid van het traditionele onderwijssysteem en de angst voor 'falen' of 'slagen'. Als het examentraject en het diploma al iets waardevols opleveren, dan is het wel dat je het enorme doorzettingsvermogen ziet dat je kind in de voorgaande jaren heeft opgebouwd. Het biedt simpelweg de formele waarborg om door te kunnen stromen – tenminste, als dat wat je kind wil behalen qua profiel wel betekenisvol genoeg blijft. Na Agora kan een kind daar moeiteloos op leunen. Ik zie het dagelijks bij mijn dochter, die zelfbewust haar eigen afwegingen maakt in het vervolgonderwijs en heel duidelijk weet wat ze wil.

Ik kan nog altijd passievol praten over de organisatiebesturing, de structuur en de inrichting van Agora-scholen. Ik kan uren uitweiden over de toepassing van mijn ‘geliefde’ 7S-model en de theorieën van Mintzberg en consorten, maar daar heb ik ondertussen ook wel alles over gezegd en geschreven. Inspirerend leiderschap en een wezenlijke cultuurverandering zijn dé absolute succesfactoren voor een effectieve inbedding van het Agoriaanse onderwijsconcept – op de werkvloer, in de directie en in het bestuur.

Waar ik echter het allermeeste van heb geleerd, zijn mijn eigen kinderen. Mijn dochter en zoon zijn volledig zichzelf en zeggen respectvol en vaak zonder oordeel wat ze vinden. Dat leren ze puur bij Agora. Als ouders hebben wij op onze beurt geleerd hoe we in alle vertrouwen en openheid kunnen communiceren met onze kinderen. Dat doen we door vooral bij onszelf te onderzoeken wat onze eigen zorgen en ideeën zijn, en dat ook zo te benoemen. Dat haalt enorm veel lading en oordelen weg bij de kinderen en geeft hen de ruimte om zichzelf te blijven. Dat hebben we niet van vandaag op morgen geleerd, maar met elkaar, in de loop der jaren. Dus verkramp vooral niet als beginnend Agora-ouder als je dit leest. Het gaat met vallen en opstaan; het is een proces van samen willen leren.

Het allerbelangrijkste van al die jaren Agora is voor mij de gouden driehoek: leerling – coach – ouder. Dat is de plek waar je met z'n drieën de regie over de eigen ontwikkeling vormgeeft. Ik vind het nu nog belangrijker dan in het begin dat er een diep vertrouwen is in de coach. Het is noodzakelijk dat je als ouder de coach het vertrouwen durft te geven om een echte relatie op te bouwen met jouw kind, met de vrijheid en ruimte om authentiek te coachen. Waar ik me soms nog zorgen over maak, is of de coach wel voldoende zichzelf kan en mag zijn; authenticiteit is immers hun grootste kracht.

In het verlengde daarvan hoop ik dat coaches zich niet laten afleiden door alle labels die kinderen mee de school in nemen, die soms het gevoel kunnen geven dat een kind niet te coachen valt. Onzin! Wat er werkelijk toe doet, is de match tussen de coach en de leerling, ondersteund door zelfvertrouwen en zelfreflectie over wat van jou is en wat van de ander. Die openheid creëert een veilige omgeving. Je hoeft als ouder echt niet de ‘perfecte’ coach voor je kind te hebben, want die bestaat simpelweg niet. Alles draait in die relatie om openheid, betrouwbaarheid, congruentie en acceptatie. Dat geeft niet alleen vertrouwen, maar biedt bovenal veiligheid.

Mijn persoonlijke focus is gaandeweg steeds meer bij de Agora-ouder komen te liggen. Ik ben er absoluut van overtuigd dat je 'Agora-ouder' moet wórden om je kind effectief van dit onderwijs te laten genieten en om zelf een waardevolle inbreng te hebben in de gouden driehoek. Ook binnen ons eigen gezin zie ik dat er hierdoor veel meer rust is gekomen. Het is aan ons als ouders om het Agora-onderwijs zo goed mogelijk te begrijpen, zodat onze kinderen niet door onze eigen conditioneringen worden gehinderd. Het vergt wezenlijk ‘schaduwwerk’ van ons als volwassenen om onze kinderen de verlichting en de ruimte te geven om zich aan bestaande systemen te mogen onttrekken. Niet vanuit weerstand, maar vanuit een betekenisvolle noodzaak. Ik vind dat een Agora-school in haar visie moet opnemen hoe zij ouders begeleidt in dit proces van Agoriaans worden. Het ontlast de coach én het kind.

Tegelijkertijd vind ik dat de bekende slogan 'It takes a whole city to raise a child' in de praktijk nog onvoldoende uit de verf komt. Ja, in de eerste jaren van een nieuwe school is dat nog makkelijk. Met een overzichtelijk aantal kinderen en een vaste club pionierende ouders lukt het wel om iedereen als participant te betrekken. Maar wat daarna, als de school groeit? Ik vind de inrichting van ouderparticipatie reuze interessant, en het verdient echt een professionele, structurele plaats binnen de organisatie. Wat vaak wordt onderschat, is dat je school door participatie eigenlijk wordt uitgebreid met honderden onbezoldigde medewerkers die 'ouders' heten. Dat moet je durven aansturen als een netwerkorganisatie om de betrokkenheid effectief en werkbaar te houden. Die taak ligt bij de school zelf. Ik heb daar destijds actief aan bijgedragen en er inmiddels genoeg over geschreven.

Als ik alles bij elkaar optel, ligt mijn grootste zorg erin dat coaches soms onvoldoende eigen zekerheid en vertrouwen opbouwen om volledig als zichzelf te coachen. Daarnaast zie ik dat ouders onvoldoende worden meegenomen in het Agora-ouderschap en dat de participatie te weinig professioneel in de organisatie wordt ingebouwd – nog los van de uitdagingen rondom cultuurverandering en passend leiderschap. Als we hier niet in investeren, boet de gouden driehoek in aan effectiviteit en zie je de krachtige effecten van de Agora-filosofie onvoldoende terug in de autonomie van het kind. Zonder een stevig verankerde participatieorganisatie is er simpelweg onvoldoende 'city' om de onderwijsomgeving te dragen. Daarmee loop je het risico gaandeweg weer een reguliere school te worden, waarbij je veel te veel vraagt van de individuele coach om de intrinsieke motivatie bij leerlingen telkens in zijn eentje te moeten aanboren. Dus: investeer in het meesterschap van je coaches, investeer in het Agoriaans worden van de ouders, en haal de wereld op een professionele, gestructureerde manier binnen die de continuïteit waarborgt. Wees minder eigenzinnig als bestuur en geef leiderschap dat past bij de transformatie van individuele eilandjes naar echte teamsamenwerking voor de kinderen.

Maar al met al kijk ik met een intens goed gevoel terug op onze keuze voor het Agora-onderwijs. De tijd waarin we nu leven laat helaas steeds meer polarisatie zien, terwijl de maatschappelijke noodzaak tot verbondenheid groter is dan ooit. De samenleving lijkt soms op imploderen te staan als het gaat om segregatie, verstikkende systemen en bureaucratische protocollen; we hollen van de ene crisis naar de andere. Een langetermijnvisie voor onze maatschappij ontbreekt; het is een wirwar van ad-hoc op te lossen problemen geworden in plaats van een heldere stip op de horizon die we met z’n allen nastreven. Schreeuwen lijkt soms de enige manier om nog gehoord te worden.

In die grote wereld van chaos staat voor mij het Agora-onderwijs. Het is een fundamenteel andere kijk op ontwikkeling, die in de praktijk jonge mensen exact de bagage meegeeft die ze nodig hebben om de toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden. Het houdt rekening met een veranderende wereld die vandaag begint – of eigenlijk allang is begonnen. Het start allemaal bij de verbinding die je met jezelf kunt leggen als coach en als ouder, waardoor het werkelijk verbinden met de ander – de leerling, de medecoaches en de andere ouders – pas echt mogelijk wordt. Het begint bij het leren kennen en benutten van je eigen authentieke kracht, autonoom in relatie tot de ander. En precies daarom ervaar en zie ik het Agora-onderwijs als een onmisbaar lichtbaken voor de vormgeving van onze toekomstige samenleving.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.