Elk (Agora)kind is hoogbegaafd!

Gepubliceerd op 22 april 2022 om 13:07

De verkramptheid die ik vaak ervaar bij (ouders van) hoogbegaafde kinderen maakt onmacht voelbaar. Eindelijk is de 'diagnose' er en toch helpt het vaak niet. Scholen breken hun hoofd erover hoe met deze 'complexe mensjes' om te gaan. De labels zijn beklemmend, niet bevrijdend. De nadruk ligt vaak op de 'afwijking' van het systeem in plaats van op de potentie die aanwezig is in je authentieke zijn! Al die mooie initiatieven en onderzoeken ten spijt, zolang je binnen het systeem rondjes blijft draaien zijn het varianten op hetzelfde kunstje. De basis binnen Agora-onderwijs dat elke leerling uniek is en ongelijk wordt behandeld biedt elk kind ruimte tot ontwikkeling, hoogbegaafd of niet! Hartstikke inclusief!

In contact met ouders die zich oriënteren op Agora-onderwijs wordt me regelmatig de vraag gesteld of het geschikt is voor hun hoogbegaafde kind? Mijn antwoord is dan vaak: Agora-onderwijs is geschikt voor elk kind. Toch wil ik ook wel doorpraten om te weten hoe belangrijk het label hoogbegaafdheid inmiddels is voor de ouders en het kind en hoe zij zich hieraan 'gehecht' hebben?

Trekt Agora-onderwijs meer dan gemiddeld hoogbegaafde kinderen aan? Het zou me niet verbazen! Maar geldt dat niet voor alle kinderen die niet meekunnen in regulier onderwijs of uitvallen en zich zo meer gedwongen voelen innovatief onderwijs op te zoeken? Zo ontstaat er vooral voor degenen die vanuit het perspectief van regulier onderwijs kijken een beeld van Agora onderwijs als onderwijs dat goed is 'gelabelden'. Het is zoiets als de kringverwijzing in excell, zo'n 'loop' waar je niet uitkomt. 

Op LinkedIn kwam ik begin april een bericht tegen dat de Radboud Universiteit onderzoek gaat doen naar begaafde leerlingen waarbij ‘het ontwikkelen niet vanzelf gaat’. Het blijft blijkbaar lastig deze leerlingen met hun ‘complexe problematiek en hun systeem’ goed te bedienen op school en de universiteit wil meer weten hoe ze leerlingen beter kunnen helpen.

Begin april ontving ik tevens een uitnodiging via Wings Roermond in mijn mailbox van de stuurgroep Begaafdheid van het basisonderwijs en de kerngroep Begaafdheid van het Voortgezet Onderwijs voor een ouderavond voor ouders van (vermoedelijk) meer- en hoogbegaafde kinderen en jongeren. Het leek me het juiste moment om het thema hoogbegaafdheid en Agora-onderwijs eens beet te pakken en ben naar de ouderavond geweest. Wat werd er besproken en hoe verhoudt zich dat tot Agora-onderwijs?

 

Waar ging de avond over? Het grootste deel was een lezing van een onderwijskundig adviseur over de hoogbegaafdheid. Het ging over het vinden van de kracht in jezelf als kind door te kunnen doorzetten, fouten te maken, te leren omgaan met tegenslagen en gefocust te kunnen werken. Over het gebruiken van de kracht in je omgeving door hulp van school en ouders, begrip van je medeleerlingen en aandacht voor jou in wat je buiten school doet en wat er in je persoonlijke leven gebeurt. Over het ontwikkelen van denk- en gedragsvaardigheden. Deze uitgangspunten werden besproken in het licht van hoogbegaafdheid, maar ik herken ze vooral als ‘normale’ uitgangspunten voor talentontwikkeling binnen Agora, inclusief opgenomen in de visie en uitwerking daarvan.

 

Ik was verbaasd over de bespreking van gedrag en motivatie; hoewel met een goede intentie werden ze toch nog veelal benaderd vanuit het systeem, het kunnen meegaan in het systeem. Hoe kun je verwachten dat een kind intrinsiek gemotiveerd is als het nog steeds gaat over iets dat je hem van buitenaf wil opleggen? Het kind meekrijgen lijkt dan meer op manipuleren dan aansluiten op de intrinsieke motivatie van het kind zelf? Het bespreken van voor jezelf opkomen en vertrouwen hebben in dat je dingen kunt kreeg vervolgens weinig aandacht en had ook geen enkele basis verder in de aanpak. Ik schrok van de mededeling dat het vaker voorkomt dat school een heel ander beeld heeft van het kind dan de ouder. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat je zo verkrampt raakt in een systeem, dat je zover van het kind vandaan komt te staan? Ik vind het vooral een pijnlijke constatering, voor iedereen. Vooral omdat de intentie goed voelde van de gehele avond.

 

Ik werd me er bewust van dat ik al jaren uitdraag dat je moet kijken naar je kind. Hoe vaak riep ik in het begin niet uit: “Ja! Ik heb mijn kind terug!” Je mag als ouder vooral nieuwsgierig zijn naar hoe je kind zich voelt, wat er in hem omgaat. Het is zo cruciaal voor het kunnen leggen van een verbinding en het mogelijk maken van communicatie, dat je dat onvoorwaardelijk probeert te doen. Dat wil zeggen bewust en dus los van je eigen conditioneringen. Dat wat ik uitdraag en dat wat die avond gepresenteerd werd is van toepassing op alle kinderen, niet alleen op hoogbegaafde, en niet alleen op Agorakinderen! Het geldt ook voor alle ouders, niet alleen voor ouders van hoogbegaafde kinderen en niet alleen voor Agora-ouders!

 

Het belang van nieuwsgierig zijn naar je kind als ouder werd gelukkig regelmatig benoemd. De intentie van de avond werd helder neergezet als de zorg dat een hoogbegaafd kind niet buiten de boot valt. Toch ben ik bang, dat vele enthousiaste, lieve goed bedoelende actieve ouders en leerkrachten onbewust nog steeds proberen hun kind te laten passen binnen het systeem omdat dat nou eenmaal het uitgangspunt was en bleef. Ook de wijze waarop hulp aan een hoogbegaafd kind werd weergeven in de aanpak bouwt nog steeds voort op het bestaande systeem. Binnen de klas hulp aan bieden, buiten de klas en binnen de school en vervolgens extern. Dat heeft weinig te maken met het kind centraal, maar meer met uitsluiting in plaats van inclusiviteit.

 

Wat zou ik graag even een plek op het podium hebben gehad. Niet om iedereen over te halen naar Agora te komen, maar vooral om te vertellen hoe groot de winst is als je enkel en alleen naar het kind kijkt en je daarop aanpast in je ondersteuning in plaats van andersom. Als je de leerkracht leerkracht laat zijn en jij ouder blijft. Dat het bewust investeren in de gouden driehoek een grote factor voor succes is! Hoe fijn ervaar ik elke keer weer als je gezamenlijk als ouder, coach en leerling aan het einde van een oudergesprek hetzelfde vindt en ervaart en de neuzen dezelfde kant op staan! Dat vergt een investering van zowel ouder, coach als leerling in verbindende communicatie.

 

Ik heb weinig hoop dat alle investeringen die nu worden gedaan in de vorm van wetenschappelijk verantwoorde onderzoeken, stuurgroepen, kerngroepen en onderwijsadviseurs veel zullen opleveren. We draaien ons helemaal vast zolang we in het bestaande systeem blijven zoeken naar oplossingen die het systeem veroorzaakt. Ik hou mijn hart vast met de resultaatverplichting die het onderwijs nu weer opgelegd krijgt met taal en rekenen. Nog meer pushen binnen het huidige systeem? Waar moet dat toe leiden? Nog meer uitvallers en nog een nijpender tekort aan leerkrachten? Zoekende ouders en bijlessen, hulpverleners en ga zo maar door? Ik zie alleen maar meer verkramping aankomen. Hoe schud je de boel wakker voor radicale wijzigingen?

 

Deze avond bevestigt voor mij des te meer dat Agora onderwijs vele handvaten biedt om elk kind als ware het vanzelf zich te laten ontwikkelen door de krachtige basis die het heeft. De kenmerken die nu gepresenteerd werden op het scherm voor een hoogbegaafd kind zoals nieuwsgierig zijn, autonoom willen zijn en veel energie hebben zijn niet enkel voorbehouden aan hoogbegaafde kinderen, het is de beschrijving van een kind!

Als ik er nog bijhaal, dat inclusiviteit en burgerschap weer hoog op de politieke agenda staan dan is Agora-onderwijs ook daar een oplossing voor. En het is in wezen zo enorm eenvoudig: haal de segregatie uit het systeem door niveaus en leeftijden door elkaar te zetten, haal de externe USB-stick met wat er allemaal moet en wanneer eruit en creëer een veilige en vertrouwde omgeving waarin je elk kind kunt zien en horen waardoor het zich vrij kan ontwikkelen. Dat is de basis waarop je effectief kunt ondersteunen als ouder en leerkracht.

 

De vraag is dan ook waarom Agora zich bezig zou houden met hoogbegaafdheid? Het risico dat ik zie is dat je je laat verleiden tot het willen kwalificeren van kinderen en het werken met casussen van hoogbegaafdheid, het afvinken van lijstjes van kenmerken en het inschakelen van de externe onderwijsadviseur waardoor je wordt afgeleid van de uniciteit van het kind en verder wegraakt van Agoriaans meesterschap. Bovendien leidt het specifiek benoemen van hoogbegaafde kinderen tot segregatie en roept op tot het nog meer benoemen van specifieke groepen kinderen. Dat is terug naar af!

 

Zouden coaches zich specifiek met hoogbegaafdheid bezig moeten houden? Ik begrijp goed, dat de klik met een kind mede afhankelijk is van wat je kunt herkennen en kennisdeling is natuurlijk een bron van leren. Toch pleit ik ervoor dit vooral achter de schermen te doen en een kind niet te ‘belasten’ met een label. Tegelijkertijd pleit ik ervoor om al die ongeruste ouders van gelabelde hoogbegaafde kinderen tot rust te brengen en de uniciteit vooral te leggen op het ZIJN, niet op het label. Elke keer als je als ouder benoemt dat je kind hoogbegaafd is in zijn bijzijn, benoem je zijn ‘exclusiviteit’ als een hokje dat hem uitsluit om ook iets anders te zijn, namelijk zichzelf.

 

Als je iets wil doen, zorg dan voor een brede community en ruimte tot beweging buiten de coachgroepen! De keuze om tot coachgroepen te komen die bij elkaar moeten zitten, en bewegingsruimte te beperken (blijf op je plaats!) heeft te maken met de beheersbaarheid, de gewenste kleinschaligheid en behoefte aan ‘controle’ door coaches vanwege ervaren druk tot ‘presteren’. Uitgaande van zo’n 3,5% van de bevolking die meer- en hoogbegaafd is – en laat het dan op Agorascholen iets hoger liggen – is de beperking van bewegingsruimte en verkleining van de community een belangrijke belemmering om gelijkgestemden tegen te komen, hoogbegaafd of niet. Het beperkt de natuurlijke flow waarvoor je gekozen had om een afspiegeling te kunnen zijn van de maatschappij.

 

Zorg ervoor dat er ontwikkelruimte is en blijft voor coaches om het Agoriaans meesterschap steeds verder te ontwikkelen als basis voor ‘onvoorwaardelijk’ coachen en dat ouders ontscholen om bewust te worden van hun eigen conditioneringen. Het heeft als ouder geen enkele zin om elke keer tegen een coach te roepen: “Ja maar, mijn kind is hoogbegaafd!” of als coach: “Ja, maar dit kind is hoogbegaafd!" Er is geen label voor nodig als we ervan uitgaan dat elk kind uniek is en alle potentie van hoogbegaafdheid in zich heeft. Daar zit ons aangrijpingspunt als ouder en leerkracht. Een geruststelling, of niet? We hoeven alleen maar te kijken en te luisteren!


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.